Het grondbeginsel van de orthomoleculaire geneeskunde is de studie van de kleinste functionele eenheid van het menselijk lichaam, ofwel de lichaamscel. Over gezondheid en ziekte wordt beslist op celniveau, de miljoenen lichaamcellen waaruit ons lichaam is opgebouwd, en niet, zoals tot nu toe werd verondersteld, op orgaanniveau. Cellen zijn de kleinste en belangrijkste eenheden van het lichaam. Cellen vormen de bouwstenen van organen en hebben een constante voorziening van speciale, bio-energetische voedingsstoffen nodig voor een groot aantal biochemische reacties. Chronische tekorten aan een of meer van deze vitale celstoffen leiden tot een verstoorde celwerking en ziekten. Een optimale dagelijkse voorziening met vitaminen en andere vitale celstoffen aan cellen is daarom de sleutel tot het succesvol voorkomen en afwenden van gebrekssymtomen.
In onze praktijk kunnen we via verschillende methoden bepalen waar bij de patient specifieke gebreken liggen in vitale celstoffen. Door het opheffen van de gebreken verdwijnen de klachten of verminderen de klachten sterk.
Orthomoleculair bestaat uit twee delen, ortho en moleculair:
Kortsamengevat wil dit zeggen dan een voedingsmolecule in de juiste hoeveelheid, op de juiste plaats, en op het juiste tijdstip in het lichaam wordt gebracht. De term orthomoleculair werd in 1968 voor het eerst gebruikt voor Prof. Dr. Linus Pauling de ontdekker van de orthomoleculaire geneeskunde.